Woord met T
Lichaamsdeel in je mond, goed Nederlands woord.
Grof Nederlands scheldwoord, oud ziektewoord.
Lichaamsdeel van de voet, heel gebruikelijk.
Meubelstuk om aan te zitten of werken.
Vulgair woord voor borsten in het Nederlands.
Zoet gebak, vaak bij verjaardagen gegeten.
Populaire warme drank van theebladeren.
Voertuig dat over spoorrails rijdt.
Voorwerp om spullen in te dragen.
- tyfus
Groente/fruit, rood, vaak in salades.
Dun stukje hout, deel van een boom.
Getal 10, ook gebruikt voor leeftijd.
- tegel
Plaats waar je woont, niet buitenshuis.
Sport met rackets en bal over net.
Sterk koord, om dingen vast te binden.
Kledingstuk voor bovenlichaam, met mouwen.
Stuk grond bij huis met planten of gras.
Slaginstrument, hol vat dat je bespeelt.
Algemeen woord, betekent rommel of verzameling spullen.
Veelgebruikt woord, o.a. voor iets dat heel goed is.
Bekende bloem, symbool van Nederland.
Algemeen woord voor trap of val, veelgebruikte term.
Nederlands woord, o.a. in uitdrukking “tot ziens”.
Veelgebruikt bijwoord van tijd, betekenis “in het verleden”.
Werkwoord, betekent zacht slaan of een geluid maken.
Bekend roofdier, vaak in dierenboekjes en sprookjes.
Basiswoord, slaat op duur, momenten en verleden.
Vulgair woord voor vrouwelijke borst, wel Nederlands.
Anatomisch woord voor tepel, medisch en alledaags.
Ingeburgerd leenwoord voor toestel om te bellen.
Nederlands woord voor gevechtsvoertuig of opslagtank.
Basiswoord, systeem van woorden zoals Nederlands.
Riječi na popisu Woord met T dolaze od igrača igre riječi Grad, Država, Selo.