Lichaamsdeel met K

  • Gewricht in het been, verbindt boven- en onderbeen.

  • Onderste deel van het gezicht, zit onder de mond.

  • Alledaags woord voor billen, zitvlak van het lichaam.

  • Deel van hals waar voedsel en lucht doorgaan.

  • Botstructuur van de kaak, belangrijk bij kauwen.

  • Achterkant van het onderbeen, tussen knie en enkel.

  • Alledaags woord voor hoofd bij mens of dier.

  • Kleinste teen aan de voet, uiterste teentje.

  • Meervoud van kuit, achterzijde van de onderbenen.

  • Verkleinvorm van kont, informeel voor zitvlak.

  • Bovenkant van het hoofd, waar je haar begint.

  • Gewrichtsknobbel van vinger of teen, botuitsteeksel.

  • In spreektaal kruisstreek rond geslachtsdelen.

  • Rond bot aan de voorkant van de knie, knieschijf.

  • Meervoud van kies, tanden achterin de mond.

  • Tand achter in de mond, gebruikt om te kauwen.

Riječi na popisu Lichaamsdeel met K dolaze od igrača igre riječi Grad, Država, Selo.